De naam 'Skyline' is naar zeggen bedacht door Shinichiro Sakurai terwijl hij naar de bergen en blauwe lucht aan de horizon keek. De Skyline zoals wij die kennen is begonnen als C10, ook wel Hakosuka (Box-Skyline) genoemd, in 1968. Deze auto had een 1.5 L OHC G15 I4 of een 1.8 L G18 onder de motorkap. In 1969 kwam de eerste GT-R op de markt onder de naam 'PGC-10' (KPGC-10 voor de coupe versie) Deze auto had een S20 I6 onder de motorkap en produceerde
160pk (118 kW, 180 N m), en had veel gelijkenissen met de motor die in de Prince R380 racing car zat.

De GT-R begon als een sedan, maar de tweedeurs coupe volgde snel in 1970. Bij het debuut van de auto viel het op dat de auto's geen onnodige luxe aan boord hadden om zo licht mogelijk te zijn voor op het circuit. De C10 heeft in totaal 50 overwinningen behaald in de racerij totdat de Mazda RX-3 een stapje te groot werd en de dominantie van de GT-R beeïndigde.


Na het overweldigende succes van de C10 kwam Nissan met de C110 op de markt, ook wel bekend als Datsun 160K, 180K en Datsun 240K voor de exportmarkt. Net zoals bij de C10 waren de uitvoeringen van de C110 een sedan, coupe en een stationwagen. Een typisch kenmerk van de station variant van deze auto is dat er geen ramen zaten tussen de C en D stijlen. Ook was de C110 de eerste Skyline met de kenmerkende ronde achterlichten.
Ook deze auto had een bijnaam, en wel Kenmeri. Vernoemd naar een reclamespotje van Nissan waar Ken en Mary aan het genieten zijn in de natuur met hun Skyline.
De GT-R versie van dit model kwam in 1972, maar werd alweer snel uit productie gehaald vanwege de oliecrisis van die tijd en het onverantwoord was om sportauto's te verkopen. Nissan trok zich toendertijd ook terug uit de autosport en had het dus ook geen zin om GT-R's te bouwen. In totaal zijn er 197 KPGC-110's gebouwd en daarom zijn deze auto's ook erg gewild onder liefhebbers en wisselen ze van eigenaar voor absurd hoge prijzen.


Dit was tevens de laatste GT-R tot de BNR32 werd geïntroduceerd in 1989.
In 1977 kwam de C210 op de markt om de C110 te vervangen. Dit waren gewoon personenauto's met een 6 in lijn motor. De meest spannende versie van de C210 was de GT-EX. De GT-EX werd aangedreven door een L20ET waar een turbo op was gemonteerd. Dit was tevens de eerste Japanse productieauto waar in de fabriek een turbo op werd gemonteerd. Deze geblazen motor had geen intercooler en ook geen blowoff valve wat vandaag de dag standaard is bij turbo aangedreven motoren.



De eerste Skyline met een R in zijn type aanduiding kwam op de markt in 1981. De R30 was beschikbaar als een twee deurs coupe, een sedan, een vierdeurs station en een vijfdeurs hatchback. Uiteindelijk waren er 26 verschillende types van de R30 te koop. Vreemd genoeg werd de R30 met verschillende achterlichten verkocht. Zo heeft de Japanse gewoon ronde achterlichten, maar heeft de Australische rechthoekige achterlichten.


Het topmodel van deze serie was de RS-Turbo die meer dan 200pk uit zijn motorblok wist te halen! Vandaag de dag is deze auto nog steeds erg gewild en wordt nog veel gebruikt voor dragraces in Japan.
Daar tussenin kwam nog een paar versies voorbijvliegen zoals de R31, R32 en R33. Ze waren allemaal mooi en snel en zo, maar de R34 wint alle wedstrijden qua uiterlijke vertoning. Het absolute top model van de R34 is de R34 Z-Tune. Ik denk niet dat dit model nog enige introductie nodig heeft. De Z-Tune is de meest exclusieve R34 die gemaakt is met zijn 20 stuks en produceert vanaf de fabriek 500pk.



Dan heb we natuurlijk nog een overtreffendererere stap en dat is mijn R34 GT-T

