Volgens de christelijke kalender is 31 december de laatste
dag van de laatste maand van het jaar. Precies om twaalf uur
's nachts begint er een nieuw jaar. Maar eerst moet er op
oudejaarsdag zelf nog veel gebeuren. Iedereen zeult met de laatste
boodschappen: appels om appelflappen van te maken, olie om
oliebollen in te bakken, flessen (knal)champagne, rotjes, gillende
keukenmeiden en ander vuurwerk. De gebakskramen op markten
en pleinen doen druk zaken. In de huiskamers hangen nieuwjaarskaarten
aan linten. Maar de brievenbussen van de PTT zijn tijdelijk gesloten
met een speciale strip; anders wordt er misschien vuurwerk in gegooid
en dan gaan alle nog niet verstuurde gelukwensen in rook op.
Oudejaarsavond wordt soms ook Sylvesteravond genoemd. Sylvester was
een paus uit de vierde eeuw; zijn feest valt op 31 december, vandaar.
's Avonds kijken de mensen naar de televisie, doen spelletjes, eten lekkere
dingen, maken goede voornemens en kijken terug op het afgelopen jaar.
Kinderen hoeven pas volgend jaar weer naar bed.

